Juridische definitie van de voorlopige oplevering (Wet Breyne)
1. Juridische definitie
De voorlopige oplevering is de juridische akte waarmee de bouwheer (de koper of de opdrachtgever van de werken) de uitgevoerde werken aanvaardt door de aannemer, met of zonder het formuleren van voorbehouden. Haar wettelijke basis bij private constructie: artikel 9 van de Wet Breyne (wet van 9 juli 1971) en, ruimer, de artikelen 1792 en 1793 van het Burgerlijk Wetboek.
Het is een bilaterale akte die de medewerking van beide partijen vereist.
2. Drie belangrijke juridische gevolgen
De voorlopige oplevering brengt drie kerngevolgen teweeg: (1) overdracht van de risico’s van de aannemer naar de bouwheer (brand, diefstal, waterschade na oplevering); (2) aanvangspunt van de garantietermijn van één jaar tussen voorlopige en definitieve oplevering; (3) gedeeltelijke vrijgave van de borgtocht (typisch 50% bij voorlopige, het saldo bij definitieve).
Het is dus een juridisch zeer zwaarwegend moment — vandaar het belang om het niet lichtvaardig te ondertekenen.
3. Onderscheid met de definitieve oplevering
De definitieve oplevering (één jaar na de voorlopige) sluit definitief de relaties tussen partijen af voor de zichtbare gebreken. De tienjarige aansprakelijkheid (artikel 1792) neemt dan over voor ernstige gebreken.
Om deze twee stappen goed te omkaderen, laat u zich begeleiden door een expert.