Wet Breyne en voorlopige oplevering: wat de wet van 9 juli 1971 oplegt
1. Toepassingsgebied
De Wet Breyne (wet van 9 juli 1971) is van toepassing op elk bouw- of verkoopcontract van een nieuwe woning in België gesloten met een promotor of aannemer. Beoogd worden: (1) de verkoop op plan (Belgische VEFA), (2) de sleutel-op-de-deur bouw, (3) de verkoop van een gebouw waarvan de werken niet voltooid zijn.
Zij is van openbare orde: elk beding dat ingaat tegen het belang van de koper is nietig.
2. De kernverplichtingen inzake oplevering
Artikel 9 organiseert de dubbele oplevering (voorlopig en vervolgens definitief, met een tussentijd van minstens één jaar). Deze binaire structuur is verplicht — geen enkel contract mag in een eenmalige oplevering voorzien.
Artikel 12 legt twee financiële beschermingen op: de voltooiingsgarantie (die het faillissement van de aannemer tijdens de werken dekt) en de borgtocht van 5 % (die de opheffing van de voorbehouden tussen voorlopige en definitieve oplevering veiligstelt). Het borgstellingscertificaat moet vóór ondertekening van de authentieke akte worden overhandigd.
3. Sancties en verhaal
Het niet-naleven van de artikelen 9 en 12 leidt tot nietigheid van het contract, inroepbaar door de koper, zelfs laattijdig (Cass. 2019). Bij geschil is de ondernemingsrechtbank bevoegd; de koper kan ook de vrederechter aanspreken voor een minnelijke regeling.
Om de conformiteit van uw contract met de eisen van de Wet Breyne te verifiëren, laat u zich begeleiden door een expert vóór ondertekening.